R e g l e m e n t G e s c h i l l e n c o m m i s s i e A V R
ARTIKEL 1
Dit reglement is een geschillenregeling als bedoeld in artikel 3.7 sub f van de statuten van de Algemene Vereniging Relatiebureaus. Er is een Geschillencommissie Algemene Vereniging Relatiebureaus (AVR), hierna te noemen Commissie.
ARTIKEL 2
De Commissie heeft tot taak om bij wijze van bindend advies uitspraak te doen in geschillen tussen cliënten en ondernemers die zich bezig houden met dienstverlening bij relatievorming en lid zijn van de Algemene Vereniging Relatiebureaus, voor zover deze geschillen voortvloeien uit klachten van cliënten over de door hen in het kader van die dienstverlening met deze ondernemers gesloten overeenkomsten.
ARTIKEL 3
De Commissie is niet bevoegd een geschil te behandelen:
a. indien het een klacht van de cliënt betreft en deze nog niet heeft betaald hetgeen hij ingevolge de overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden aan de ondernemer verschuldigd is voor reeds verrichte of nog te verrichten dienstverlening, voor zover dat verschuldigde opeisbaar is geworden;
b. indien het een klacht van de cliënt betreft en deze hetgeen hij ingevolge de overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden aan de ondernemer geheel of gedeeltelijk betaald heeft, van deze laatste heeft terugontvangen, tenzij de cliënt klaagt dat de ondernemer laakbaar gehandeld heeft;
c. indien en voor zover de klacht van de cliënt betrekking heeft op schade als gevolg van dood, ziekte of lichamelijk letsel;
d. indien en voor zover de klacht betrekking heeft op financiële schade, welke is ontstaan nadat de cliënt is ingegaan op een hem door de ondernemer in het kader van de uitvoering van de overeenkomst geboden contactmogelijkheid.
ARTIKEL 4
1. De Commissie is slechts bevoegd een door een ondernemer aanhangig gemaakt geschil te behandelen, indien de betrokken cliënt schriftelijk heeft verklaard zich aan de uitspraak van de Commissie te onderwerpen.
2. De Commissie verklaart zich op verzoek van een ondernemer onbevoegd een door een cliënt aanhangig gemaakt geschil te behandelen, indien de ondernemer over het geschil reeds een procedure bij de gewone rechter aanhangig heeft gemaakt.
ARTIKEL 5
1. Een geschil wordt door de Commissie slechts in behandeling genomen, indien de cliënt zijn klacht schriftelijk aan de ondernemer heeft voorgelegd en de ondernemer tot minimaal een maand na het indienen van de klacht bij de ondernemer in de gelegenheid is geweest de klacht in onderling overleg op te lossen.
2. Indien de klacht door de ondernemer niet tot tevredenheid van de cliënt wordt opgelost, kan ieder der partijen tot uiterlijk drie maanden nadat de klacht aan de ondernemer is voorgelegd, het geschil schriftelijk bij de Commissie aanhangig maken met het verzoek daarover uitspraak te doen.
3. Een geschil wordt door de Commissie slechts in behandeling genomen, indien de cliënt zijn klacht bij de Commissie indient gedurende de looptijd, of maximaal drie maanden na beëindiging, van de overeenkomst.
4. De Commissie kan na overschrijding van de termijnen bedoeld in de voorgaande leden besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, indien de betrokken partij terzake van de niet naleving van de betreffende bepaling naar het oordeel van de Commissie redelijkerwijs geen verwijt treft.
ARTIKEL 6
Degene die bij de Commissie een geschil aanhangig maakt, moet, indien de Commissie dat verlangt, aan haar een ingevuld vragenformulier doen toekomen.
ARTIKEL 7
1. De cliënt die bij de Commissie een geschil aanhangig maakt, moet een bedrag van 60 euro storten op bankrekening 54.95.40.512 t.n.v. St. MBa.
2. De ondernemer moet op de in het eerste lid genoemde rekening een bedrag van 200 euro storten, ongeacht of hij degene is die bij de Commissie een geschil aanhangig heeft gemaakt of de wederpartij is van degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt. Het ingevolge dit lid betaalde bedrag wordt door de Commissie niet terugbetaald.
ARTIKEL 8
1. Indien degene tot wie door of namens de Commissie een verzoek wordt gericht, daaraan niet uiterlijk binnen een maand voldoet, wordt het betrokken geschil niet in behandeling genomen.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het betrokken geschil wel in behandeling genomen wanneer de ondernemer niet uiterlijk binnen een maand voldoet aan een verzoek als bedoeld in artikel 7, tweede lid, en die ondernemer de wederpartij is van degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt. In dat geval acht de Commissie de klacht van de cliënt gegrond en is zij gerechtigd het in artikel 7, tweede lid, genoemde bedrag van de ondernemer op te eisen.
ARTIKEL 9
1. De Commissie stelt de wederpartij van degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt schriftelijk in kennis van het in behandeling nemen van het geschil, waarna de wederpartij gedurende één maand in de gelegenheid is de Commisssie schriftelijk zijn standpunt terzake van het geschil te doen toekomen. Indien naar het oordeel van de Commissie de omstandigheden van het geschil dit vorderen, kan zij de termijn van één maand verkorten of verlengen. Partijen worden daarover door de Commissie schriftelijk ingelicht.
2. Het in het eerste lid bedoelde standpunt wordt door de Commissie in afschrift aan de andere partij toegezonden, die daarop binnen twee weken nog schriftelijk een wederwoord bij de Commissie kan indienen, waarvan een afschrift aan de wederpartij wordt toegezonden. De laatste twee volzinnen van het voorgaande lid zijn van overeenkomstige toepassing.
ARTIKEL 10
1. De Commissie kan, alvorens een uitspraak te doen, ook harerzijds de inlichtingen inwinnen of doen inwinnen die zij noodzakelijk acht, onder meer door het horen van getuigen of deskundigen, door het instellen van een onderzoek, of door het doen instellen van een onderzoek door een door haar aan te wijzen deskundige. Van het horen van getuigen of deskundigen alsmede van het instellen of doen instellen van een onderzoek wordt kennis gegeven aan partijen. Van een deskundigenrapport wordt aan partijen een afschrift verstrekt.
2. Indien de Commissie dit nodig acht of indien één of beide partijen hiertoe de wens te kennen geven, worden de partijen in het geschil opgeroepen teneinde mondeling te worden gehoord. Zij zijn echter niet verplicht te verschijnen.
ARTIKEL 11
Indien tijdens de behandeling van een geschil blijkt dat het geschil of niet door de juiste partij of niet jegens de juiste wederpartij aanhangig is gemaakt, verklaart de Commissie degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt niet ontvankelijk.
ARTIKEL 12
De Commissie doet uitspraak naar Nederlands recht en met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, de daarvan deel uitmakende voorwaarden, alsmede, aanvullend, van de eisen van redelijkheid en billijkheid. De uitspraak wordt schriftelijk en gemotiveerd aan partijen medegedeeld. Over de uitspraak kan niet gecorrespondeerd worden.
ARTIKEL 13
De leden van de Commissie zijn geheimhouding verplicht ten aanzien van alle partijen betreffende gegevens die hun bij de behandeling van het geschil ter kennis zijn gekomen.
ARTIKEL 14
1. Indien de Commissie de klacht van de cliënt geheel of gedeeltelijk gegrond acht, heeft zij de bevoegdheid:
- aan de ondernemer en aan de cliënt nakoming op te leggen van de overeenkomst;
- de overeenkomst ontbonden te verklaren;
- een door de ondernemer te betalen schadevergoeding vast te stellen;
- een schriftelijke klacht te zenden aan de AVR, in geval de Commissie van oordeel is dat de ondernemer laakbaar heeft gehandeld, alsmede iedere andere uitspraak te doen, die zij redelijk en billijk acht ter beëindiging van het geschil.
2. Bij de vaststelling van de schadevergoeding wordt alleen rekening gehouden met de materiële schade van de cliënt. De schadevergoeding wordt niet hoger vastgesteld dan het bedrag dat de cliënt reeds aan de ondernemer heeft betaald.
3. De Commissie heeft ook de bevoegdheid een minnelijke schikking tussen de partijen te bevorderen.
4. Indien de Commissie de klacht van de cliënt ongegrond acht, omdat de ondernemer voordat het geschil aanhangig werd gemaakt aan de cliënt een oplossing heeft voorgesteld die de Commissie passend acht, heeft zij niettemin de bevoegdheid deze oplossing aan de ondernemer bindend op te leggen.
ARTIKEL 15
1. Indien het geschil aanhangig is gemaakt door een cliënt en de klacht van de cliënt geheel of gedeeltelijk gegrond wordt bevonden, wordt in de uitspraak tevens bepaald, dat de ondernemer aan de cliënt het door deze ingevolge artikel 7, eerste lid, betaalde bedrag geheel moet vergoeden.
2. Indien het geschil aanhangig is gemaakt door een ondernemer en de klacht van de cliënt door de Commissie ongegrond wordt bevonden, wordt in de uitspraak tevens bepaald, dat de cliënt aan de ondernemer het bedrag moet vergoeden dat hij had moeten betalen als hij zelf het geschil aanhangig had gemaakt.
3. Indien het geschil aanhangig is gemaakt door een cliënt, de klacht van de cliënt een geval betreft als bedoeld in artikel 3 sub b en deze klacht door de Commissie ongegrond werd bevonden, wordt in de uitspraak tevens bepaald, dat de cliënt aan de ondernemer het bedrag moet vergoeden dat deze laatste voor de behandeling van het geschil heeft moeten betalen.
ARTIKEL 16
Behoudens het bepaalde in artikel 15 komen de door partijen terzake van de behandeling van het geschil gemaakte kosten voor hun eigen rekening, tenzij de Commissie in bijzondere gevallen anders bepaalt. In een zodanig geval komen voor vergoeding door de in het ongelijk gestelde partij slechts in aanmerking de door de wederpartij naar het oordeel van de Commissie gemaakte kosten en wel tot een maximum van vijf maal het bedrag, genoemd in artikel 7, eerste lid.
ARTIKEL 17
1. Een lid van de Commissie kan door één of door beide partijen in het geschil worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel over het geschil zouden kunnen bemoeilijken. Wraking kan worden gedaan uiterlijk tot op de dag van de verzending van de uitspraak.
2. De overige leden van de Commissie beslissen of de wraking terecht is gedaan. Bij staking van stemmen wordt dit geacht het geval te zijn.
3. Op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in het eerste lid kan een lid van de Commissie zich ter zake van de behandeling van een geschil verschonen. Hij is verplicht dit te doen, indien de beide overige leden van de Commissie, die aan de behandeling van het geschil zullen deelnemen, van oordeel zijn dat de bedoelde feiten of omstandigheden zich te zijnen aanzien voordoen.
4. In geval van terechte wraking of verschoning wordt het betrokken lid vervangen door een ander lid van de Commissie.
ARTIKEL 18
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Commissie, met inachtneming van de eisen van redelijkheid en billijkheid.